Links / Bescherming /
Opslag bevordert rust en soortenrijkdom


Bomen en struiken horen niet in een heide- of hoogveengebied, wordt vaak geroepen. Tegelijkertijd zorgen ze vaak voor een enorme verrijking van de diversiteit. Welk standpunt doet het meest recht aan de eigenheid van het FochteloŽrveen?



Kerngebied boomloos voor hoogveenherstel
De kern van het FochteloŽrveen is boomloos en zo nat dat er zelfs geen boom kŠn groeien. Hier krijgt hoogveen optimaal de kans om zich te herstellen en geleidelijk uit te dijen. Zoals het van oorsprong ook deed.
Een echt natuurlijk systeem is het FochteloŽrveen echter al lang niet meer. Wie goed kijkt, ziet overal de mensenhand.

Het handmatig kappen van eentonige grote oppervlaktes berkenopslag is nodig, omdat anders leefgebied van reptielen verdwijnt. Als het dichtgroeit, verdwijnen ook roodborsttapuit en paapje, etc.

Ook wanneer teveel struiken en bomen worden gekapt, raken we het paapje kwijt. Het paapje wordt hier expliciet genoemd, omdat een groot deel van de Nederlandse populatie hier broedt: van circa 350 broedparen zitten er meer dan 100 in het FochteloŽrveen. Daar moet je heel zuinig op zijn.

Opslag heeft allerlei functies
Door hier en daar wat bomen te laten staan en vliegdennen te sparen, ontstaat variatie en dekking. Ook op geschikte broedplaatsen van kraanvogels verdient het aanbeveling struiken en bomen te sparen.

De takken op de foto zijn op bulten gegooid door vrijwilligers. Dit biedt weer dekking voor reptielen en nestgelegenheid voor vogels. In plaats van grote oppervlaktes in ťťn jaar te kappen, is het beter dit te verdelen over meerdere jaren, zodat er variatie is en blijft.

De foto toont de Bonghaar halverwege langs het fietspad. Hier is een dicht wilgenstruweel met de grond gelijk gemaakt. In de winter sliep er een klapekster, die hier ook prooien opspietst. In het voorjaar is een wilg een insectenhotel. Daarnaast zorgt hier en daar wilgenstruweel voor variatie, afwisseling en nestgelegenheid etc.

Aan de rand van het gebied zijn veel bomen gestorven. Dat geeft soms een sprookjesachtig beeld in de vroege ochtend. Helaas zijn deze bomen omgezaagd, terwijl ze aanwinst zijn voor de variatie en natuurwaarde.

Ook tegen de rand van het Bankenbos ziet het landschap er heel anders uit. De grove dennen die er stonden, zijn veranderd in zitposten voor boomvalk en slangenarend. Zo Ďhoortí het, als je streeft naar een hoogveengebied met een zo oorspronkelijk mogelijk karakter. Geleidelijk verandert het terrein en dieren kunnen zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Maatwerk levert veel extraís op voor dier en mens.

Buiten de kern meer ruimte voor diversiteit
Op de grens met de boswachterij op een droge kop, steekt begroeiing gemakkelijker de kop op. Hier zou je minder streng mogen kijken en kan hier en daar een struik of boom zelfs een aanwinst zijn. Het vormt niet alleen een natuurlijke overgang naar de extensieve randzone of het aangrenzende bos, maar bevordert ook de soortenrijkdom.

Uiteraard blijft het zaak om het zorgvuldig en vanuit een duidelijke visie te begeleiden. Het laatste stuk van het fietspad op de Bonghaar naar Veenhuizen zorgt voor variatie en dekking. De kraanvogels winnen door de struiken tientallen hectare terrein omdat de verstoringsafstand wordt gehalveerd. Maar heel veel andere soorten hebben er ook profijt van.

Kraanvogels met jongen schuimen bij voorkeur op plekken met opslag en afwisseling op zoek naar eten omdat het er rustig is en ze zich bij gevaar veilig kunnen terugtrekken in dichte vegetatie.

Vogels zoeken in de struiken naar eten, gebruiken ze als uitzicht- of zangpost, of als plaats om te slapen of een nest te bouwen. Een wintergast als de klapekster slaapt er. Ook roofvogels als roodpootvalk, smelleken, blauwe kiekendieven, ruigpootbuizerd en zeearend rusten er.



Watersnippen gebruiken de hoge zitposten in de broedtijd graag als uitzichtpost.

Libellen vinden er dekking, andere insecten snoepen er van de nectar. Het blijft dus zaak om werkzaamheden in fasen uit te voeren.

Vossen en reeŽn vinden op dit soort plekken dekking en beschutting tegen wind en regen. Deze behuizing was afgelopen winter hard nodig als dekking tegen de gure en aanhoudende kou.

Wie jarenlang door heide- en hoogveengebieden heeft rondgestruind, beseft hoe zuinig we moeten zijn op bestaande ťn nieuw ontstane natuurwaarden voordat we ingrijpen. Natuurlijk blijft het nodig om opslag te verwijderen op plekken waar het niet is gewenst, zoals de kaden die door het gebied lopen. Ook moet er voorkomen worden dat open plekken dichtgroeien en veranderen in bos. Het is specialistenwerk en als het goed gebeurt, levert het veel extraís op.

Uitzichtplekken en natuurlijke schermen
Neem het zandpad langs de Brunstingerplas op de Bonghaar. Berkjes en wilgen langs het zandpad vormen een natuurlijke uitzichtplek. Er zijn geen materiaalkosten en met een periodiek onderhoud hebben zowel mens als dier er jarenlang plezier van.

Doordat het pad verscholen ligt achter een groene wal, wordt de verstoringafstand van eenden, ganzen en kraanvogels veel kleiner. Dit heeft voor vogels als voordeel dat hun foerageer- en rustgebied groter wordt en voor de mens vergroot het de kans op een unieke ontmoeting. Het kost geen materiaal dus een ideale groene duurzame oplossing.

In de winter kunnen er vele duizenden ganzen slapen op de plassen. Die waarborging van rust is cruciaal, helemaal nu de laatste jaren mensen ook in de schemering het wandelpad vaker gebruiken, ondanks het feit dat ze het gebied na zonsondergang niet meer mogen betreden.

 

In de buurt van kijkhutten of kijkschermen kan het pad er naartoe met opslag worden bekleed. Zonder een groene wand zijn de vogels vertrokken voordat je het platvorm bereikt. Beplant je het met struiken, dan loop je de vogels soms tegen het lijf.

Een andere functie van bomen en struiken is het op natuurlijke wijze uit gebruik nemen van paden of afsluiten van delen van het gebied. Een bordje Ďverboden toegangí aan het begin van een keurig onderhouden pad of gemaaide kade trekt mensen aan, maar hetzelfde bordje met daarachter dicht struikgewas en bomen, maakt de boodschap vele malen duidelijker.

Nieuwe paden trekken mensen, maar verjagen dieren. Onnodig! 
Op veel kwetsbare plekken zijn nieuwe paden gekomen. Denk aan het brede betonnen fietspad van de Norgervaart naar de Meesterswijk en de nieuwe fietspaden door het Compagnonsveld en FochteloŽrveld bovenop een hoge kade.

Deze maatregelen trekken recreanten aan, maar jagen dieren weg, doordat de verstoringsafstand sterk wordt vergroot. Hierdoor wordt met een schijnbaar onschuldige ingreep een groot gebied in ťťn keer ongeschikt voor ganzen en kraanvogels.

Had op bovenstaande foto aan de linkerkant een dichte boomwal gestaan van een meter breed dan was dit grotendeels voorkomen. Ertussen had een kijkscherm geplaatst kunnen worden, om de natuur voor de bezoeker dichterbij te brengen. Kortom, maatwerk blijft cruciaal, in het bijzonder en om Natura 2000- en andere kwetsbare natuurgebieden.

Het zandpad in het verlengde van de Meesterwijk laat aan de linkerkant veel structuur zien, die niet alleen voor variatie zorgt, maar ook voor dekking. Omdat het nieuwe wandel- en fietspad steeds intensiever wordt gebruikt (vanwege het nieuwe betonpad tussen Kloosterveen en Meesterswijk) is deze opslag van groot belang om onnodige onrust te voorkomen. Aan de andere kant vergroot het de kans op een ontmoeting met dieren in het gebied. Beheren is vooruit zien.

Op de overgang van hoogveen naar het Bankenbos zorgen vliegdennen voor dekking. Tijdens koudeperiodes de plekken waar klapeksters jagen en dekking vinden (rechtsboven op de foto). Ook hier is zorgvuldigheid geboden. In de bosrand slapen en rusten steeds vaker zeldzame slangenarenden. Nachtzwaluwen hebben het gebied ontdekt en zingen uit de top van de vliegdennen. Meer dan voldoende redenen om dergelijke dennen nooit allemaal tegelijk te verwijderen, maar in fasen! 

Uitdunnen boomwal = uitdunnen rust- en broedgebied
Net buiten het FochteloŽrveen in het landbouwgebied verdwijnen steeds meer bomen en houtwallen. Hier, direct op de grens met het FochteloŽrveld, is afgelopen winter een boomwal gedund. Dekking, rust, slaapplaatsen en broedgelegenheid (o.a. grauwe klauwier!) is er voor jaren verdwenen. Als deze dunning fasegewijs in bijvoorbeeld drie jaar was uitgevoerd, was de variatie behouden gebleven en de schade beperkt.

Een maand ervoor zag de houtwal er nog zo uit. Wie oppervlakkig kijkt, haalt zijn schouders op. Wie de functie kent, ziet een verschil van leven en dood.


delen






In 2017 zijn in het FochteloŽrveen 8 paren, waarvan er 7 broeden. Tijdens het broeden gaat het bij 3 paren mis; 4 paren krijgen kuikens, 2 ervan worden vliegvlug. Klik op het kopje voor het verslag van het broedseizoen.

contact
tags
Bureau De Kraanvogel
FochteloŽrveen 10
8428 RR Fochteloo
0516-588589
Het Waait
Twelloseweg 10a
7439 AS Steenenkamer
0570-618989