Links / Bescherming /
Natuurmonumenten: hoeder FochteloŽrveen


Het FochteloŽrveen is niet alleen het grootste, maar ook meest oorspronkelijke restant veenlandschap dat in Nederland overgebleven is. Het is ťťn van de weinige gebieden in Nederland waar nog levend hoogveen voorkomt en waar de historie nog letterlijk in het landschap te lezen is.

Ga maar eens op de uitkijktoren staan, en je ziet aan de ene kant het ontginningslandschap, met rechte blokken en waterlopen (zg. veenwijken), en aan de andere kant het natuurlijke veen. Ook uniek is de samenhang met de voormalige strafkolonie Veenhuizen.

Die mengeling van cultuurhistorische waarden en een weids landschap met rijke natuur, vormt de kracht van dit gebied. Begin jaren dertig was is het de drijfveer voor Natuurmonumenten om er alles aan te doen om dit gebied te behouden, te herstellen en te versterken. En dat geldt nog steeds. De mogelijkheden zijn hier, juist vanwege de omvang van het gebied en de aanwezigheid van een kern met levend hoogveen. In samenspraak met andere partijen heeft Natuurmonumenten hier de afgelopen jaren veel energie in gestoken. Hierna een schets van die ontwikkelingen.

Het laatste restant levend hoogveen dreigde te verdwijnen
Hoogveengebieden zijn zoín 3000 jaar geleden ontstaan, toen het klimaat in Nederland vochtiger werd. Door afgraving en ontginning is er nog maar 2% over. En wat er over is, is grotendeels verdroogd. Dat het FochteloŽrveen nog een kern met levend hoogveen bezit, mag je dan ook bijzonder noemen.

Turfwinning is begonnen in de 17e eeuw, toen de vraag naar brandstof toenam. In eerste instantie gebeurde het kleinschalig, later steeds rigoureuzer. Het FochteloŽrveen zou als een van de laatste gebieden aan de beurt zijn. In diezelfde periode kwam steenkool in opmars en werd de vraag naar turf minder. Dat betekende niet dat de turfwinning van de baan was, maar wel dat de noodzaak minder werd. Omstreeks die tijd groeide ook het besef dat een uniek landschap aan het verdwijnen was.

In 1935 trok prof. dr. J. Jeswiet aan de bel bij Natuurmonumenten. De resten van de ooit zo uitgestrekte hoogveengebieden bij Fochteloo werden bedreigd in hun voortbestaan. Met ĎIt Fryske Geaí werd besloten om een poging te doen het laatste restant levend hoogveen in eigendom te krijgen.

(Klik hier voor link naar pagina's uit boek J. Koster, 1940)

Eerste aankoop
De eigenaar, NV de Gezamenlijke Compagnons van de Opsterlandsche en Oostellingwerfsche Veenen en Vaerten stond hier positief tegenover. Met hulp van 30.000 gulden aan giften van o.a. Koningin Wilhelmina, het ministerie van OKW en het provinciale bestuur van Friesland, werd in september 1928 het meer dan 200 hectare grote reservaat overgedragen aan de vereniging.

Kwaliteit buitengrenzen borgen
Maar er was meer nodig. Het gebied liep het risico uit te drogen wanneer bij de buitengrenzen aan het op Drents gebied gelegen Kolonieveld ontginning of ontwatering plaats zou vinden. Dit terrein was onderdeel van het bezit van de rijkswerkinrichting Veenhuizen. Er werd een Contact-Commissie in het leven geroepen die goede afspraken maakte met het ministerie van justitie.

De volgende stap werd gezet aan de zuidkant. Hier lag een terrein dat behoorde aan de Compagnons die daar volop turf wonnen en dit wilden voortzetten. Hoewel dat niet meteen gebeurde, bleef de bezorgdheid hierover. In 1955 werd een interprovinciaal streekplan gemaakt om het gehele gebied te beschermen. Beide provincies en ook de gemeente Oostellingerwerf steunden het behoud. De Compagnons hadden het gebied inmiddels overgedragen aan verzekeringsmaatschappij RVS.

Het kerngebied groeit
In 1962 besloot de regering om de ontginning van Ďwoeste grondení niet verder te bevorderen. De Contact-Commissie diende hierop een verzoek in bij de minister van financiŽn om mee te werken aan de totstandkoming van een hoogveen- en heidereservaat dat wel 1300 hectare zou kunnen omvatten. De staat was eigenaar van het grootste deel van het gebied en had tot dan toe altijd de bedoeling gehad het te ontginnen. Het verzoek werd echter welwillend ontvangen.

(bron: friesfotoarchief.nl)

In dezelfde periode ging RVS over tot ontginning van een heidegebied ten zuiden van de Lycklamavaart, buiten het kerngebied. Dit kon geen kwaad, maar vervolgens werd duidelijk dat RVS ook zín grond binnen het kernreservaat, grenzend aan het eigendom van Natuurmonumenten, wou ontginnen. De provincie Friesland riep betrokken partijen bij elkaar en er kwam een oplossing. In 1972 droeg RVS de eigendommen ten noorden van de Lcyklamavaart over aan Natuurmonumenten (203 hectare).

In 1969 was hetzelfde gebeurd aan de andere kant. Daar werd 310 hectare van het Kolonieveld door de dienst Domeinen van het ministerie van Justitie ter erfpacht gegeven aan Natuurmonumenten. In 1969 kwam daar nog eens 95 hectare bij. Vijf jaar later werd een turfstrooiselfabriek die nog concessierechten had lopen op de turfwinning en ter plekke een fabriek had neergezet, uitgekocht. En in 1975 kon Domeinen nog eens 250 hectare in erfpacht uitgeven.

Verdere aankopen en erfpacht
Aan het oostelijke deel van het gebied, tussen het Esmeer en Huis ter Heide, was Natuurmonumenten inmiddels gestart met de aankoop van particuliere eigendommen waarin een paar uitgeveende plassen lagen, de Norgerpetgaten. De twee jaren daarna konden ook de terreinen tussen de petgaten en het hoogveen, ter grootte van maar liefst 784 hectare, in erfpacht worden genomen bij Domeinen. In 1985 was het totale gebied uitgegroeid tot 1700 hectare, waarvan 1200 in erfpacht en 500 in eigendom.

Vanaf de eerste aankopen is Natuurmonumenten bezig met de waterhuishouding. Wijken en (ontwateringskanalen) en sloten werden gedempt en dijkjes werden aangelegd om het regenwater zoveel mogelijk vast te houden. Schoon en voedselarm water is van levensbelang voor een gezond hoogveengebied.

In het kader van ruilverkaveling Smilde is na langdurig overleg overeenstemming bereikt over het vervallen van een waterloop dwars door het hoogveengebied. In de jaren Ď70 en Ď80 werden dammen aangelegd, maar die boden Ė zo bleek later Ė onvoldoende mogelijkheid om de waterstand op een stabiel peil te krijgen. Er was teveel verschil tussen zeer natte en toch nog te droge delen. Tussen 1999 en 2003 zijn daarom nieuwe damwanden aangelegd, met stuwen. De grote compartimenten zijn verkleind en de waterhuishouding is beter te reguleren.

Randzones als buffers
Daarnaast is er veel aandacht voor de randzones. Voormalige landbouwgronden rondom het FochteloŽrveen zijn en worden veranderd in natuurgebied. Die zones vormen een buffer tussen enerzijds de intensief beheerde landbouwgronden en anderzijds de kwetsbare natuur van het hoogveen. Met deze buffers wordt voorkomen dat water Ďweglektí uit het veen naar de omgeving, worden rustgebieden en territoria voor bepaalde soorten vergroot. In de toekomst ontstaat hier een gevarieerd, halfopen landschap, met droge en natte heide, bosjes, graslanden en poelen. Bijkomend voordeel hiervan is dat soorten die het moeilijk krijgen door de vernatting, naar deze plekken kunnen uitwijken.

Het mooiste bewijs van het gunstige effect op de natuur, is wellicht de komst (of terugkeer? Ė er is helaas geen bewijs dat hij er een paar eeuwen geleden echt was) van de kraanvogel als broedvogel. Maar ook andere soorten varen er wel bij. Dat is een stimulans om de herstelwerkzaamheden onverminderd voort te zetten en de lat hoog te houden.

Zoals de toekomstvisie 2009-2029 verwoordt: ďHet FochteloŽrveen met zijn omgeving biedt kansen voor herstel van een compleet hoogveenlandschap, waarin het natte, voedselarme veen aan de randen geleidelijk overgaat in drogere en voedselrijkere randzones met heiden, moeras, (broek)bossen en bloemrijk grasland. Dit vergroot de kansen op de terugkeer en het behoud van de kenmerkende levensgemeenschappen en soorten aanzienlijk.Ē

Vanuit een gedeelde toekomstvisie verder ontwikkelen
De ambitie van Natuurmonumenten reikt verder dan herstel van natuurwaarden. Een belangrijk doel is herstel van de verbinding van het FochteloŽrveen met de omringende beekdalen. Dat biedt de mogelijkheid voor een natuurlijker waterbeheer in de verschillende stroomgebieden. Het uiteindelijke streven is om met natuurorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten, omwonenden en andere betrokkenen een samenhangend beleid te ontwikkelen op natuur, landbouw, bos, cultuurhistorie, recreatie, en al beheerdoelen op elkaar Ė en op een gezamenlijke toekomstvisie - af te stemmen.


delen






De aankondiging van Lelystad Airport is een nieuwe bedreiging voor het FochteloŽrveen. Gaat het door, dan zeggen we niet alleen de stilte voorgoed vaarwel, maar ontstaat bovendien een uiterst onveilige situatie voor mens en dier.



contact
tags
Bureau De Kraanvogel
FochteloŽrveen 10
8428 RR Fochteloo
0516-588589
Het Waait
Twelloseweg 10a
7439 AS Steenenkamer
0570-618989