Home / Fochteloërveen / Actueel /
Trend en verwachting broedvogels Natura 2000


Hoe zag het aantalverloop van de Natura 2000 broedvogels eruit, en wat is de verwachting voor de komende beheerperiode 2016-2021?    

Vernatting trekt een aantal soorten en verjaagt andere
De nieuwe natte natuur biedt nestgelegenheid aan kokmeeuw en geoorde fuut. Zonder kokmeeuw geen geoorde fuut, is de ervaring van Herman Feenstra. Ook het porseleinhoen profiteert van een natter hoogveen en de kleddernatte graslanden met pitrus die grenzen aan het gebied. Na 25 jaar tellen is wel duidelijk dat onder water gezette percelen snel worden gebruikt door het porseleinhoen.


Heidevelden die dichtgroeien zijn ongeschikt voor paapje en roodborsttapuit

De zangers paapje en roodborsttapuit hebben veel broedgebied verloren in het hoogveen, omdat voormalig geschikt broedgebied te nat is geworden en opslag van bomen en struiken en de struikheide is verzopen, maar ook omdat geschikt broedbiotoop verdwijnt door berkenopslag (zie foto). De roodborsttapuit compenseert het verlies met een toename op de kapvlaktes en droge delen in het Natura 2000-gebied.

Het paapje vraagt iets meer. Na decennia van geleidelijke toename is er sprake van een sterke afname van paapjes.

Herkomst gegevens
De gegevens komen uit het boek FochteloŽrveen, en zijn aangevuld met inventarisaties die in opdracht van de Vereniging Natuurmonumenten of in eigen beheer zijn uitgevoerd. Voor meer informatie, zie het boek FochteloŽrveen en artikelen op deze website.

Vanaf 1992 is het hoogveenrestant ďFochteloŽrveenĒ standaard geteld volgens de BMP-methode. Sinds 2012 is het hoogveen opgedeeld in drie plots en wordt het veen eenmaal in de drie jaar geteld. In 2012-2014 was de eerste telronde.     


Nesten van geoorde fuut en kokmeeuw in de nieuwe natte natuur 2014

Geoorde fuut in 2010-2015 gemiddeld 10 paar (doelstelling 10 paar)
Het aantal geoorde futen in het Natura 2000-gebied fluctueert tussen 1983-2015. Op de percelen met natuurontwikkeling buiten het Natura 2000-gebied, is de trend positief. In grafiek 1 wordt de natuurontwikkeling aangeduid met Natuur Netwerk Nederland, voorheen de ecologische hoofdstructuur. Hier broeden nu de meeste geoorde futen.


Figuur 1. Aantal paren geoorde fuut in het FochteloŽrveen 1983-2015

Geoorde futen en kokmeeuwen
Geoorde futen broeden graag in kokmeeuwenkolonies. Kolonies met verspreid broedende kokmeeuwen zijn in trek, waarschijnlijk omdat daar minder concurrentie is om nestelplaatsen. In dichte kolonies kokmeeuwen met weinig nestgelegenheid kapen kokmeeuwen soms de nestvlotjes van geoorde futen. Als kokmeeuwen succesvol broeden, dan broeden geoorde futen vaak succesvol mee.

In 2015 was de vaste kokmeeuwenkolonie op de ďBrunstingerplasĒ leeg, nadat een persoon met een drone lange tijd in de kolonie aanwezig was. Slechts een klein aantal kokmeeuwen keert terug. De rest vestigt zich op de plassen aan de Helomaweg in Fochteloo, maar daar gaat het mis en is veel predatie. De kokmeeuwen verhuizen weer en bouwen nesten op de plassen langs de FochteloŽrveenweg en in het FochteloŽrveld. Al dat verhuizen doet weinig goeds, want er worden maar enkele jongen gezien.  


Geoorde futen en kokmeeuwen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.        

Porseleinhoen in 2009-2014 gemiddeld 9 paar (doelstelling 20 paar)  


Figuur 2. Aantal porseleinhoen in het FochteloŽrveen in 1992-2014


Het porseleinhoen staat bekend om het grillige aantalverloop. Gebieden die onder water komen te staan, zijn de eerste jaren in trek, iets wat we bij meer watervogels zien. De oplevingen in het FochteloŽrveen lopen synchroon met de jaren waarin grote gebieden onder water zijn komen te staan.

De verhoging van het waterpeil in 2014 in een groot deel van het hoogveen en het FochteloŽrveld had direct effect. Het was een goed jaar voor het porseleinhoen, met 17 paar. In 2015 is maar een deel van het gebied geteld en zat er zeker 8 paar (6 in de nieuwe natte natuur). Ook voor het porseleinhoen zijn de percelen buiten het Natura 2000-gebied van groot belang.  

Het porseleinhoen zal in de toekomst waarschijnlijk af en toe pieken, net als de landelijke trend. Op de lange termijn zal het aantal in het hoogveen zeer waarschijnlijk afnemen, als gevolg van de groei van dichte pakketten veenmos. De kern van het hoogveen heeft namelijk dezelfde vegetatie en daar ontbreekt het porseleinhoen.

Bij het Esmeer- en het Norgerpetgatengebied en tussen de Veenwijk en Stallaan is echter geschikt broedgebied ontstaan door de vernatting. Ook de percelen met pitrus tussen de Helomaweg en Drentse weg in Veenhuizen bieden perspectief als het water er wat hoger zou staan.

Paapje in 2010-2015 gemiddeld 99 paar (doelstelling 60 paar)  



Figuur 3.Trend paapje in 1976-2015

Figuur 3. geeft een goed beeld van het aantal paren paapje in 1976-2015. Het aantal territoria neemt toe tot 118 in 2010. Het hoogveengebied loopt langzaam vol met verspreid staande solitaire boompjes. Op de kades die zijn aangelegd rond de eeuwwisseling ontstaan stroken oude pollen struikheide. Tussen 2006-2010 groeit het aantal paapjes snel; daarna komen delen in het veen met oude pollen struikheide en verspreid staande boompjes onder water te staan. Struikheide en opslag sterven af en tegelijkertijd rukt de vergrassing verder op.

In 2010-2016 neemt het aantal paapjes daarom sterk af. De verwachting is dat deze afname zich de komende jaren verder doorzet door: 1. Vernatting, 2. Vergrassing en 3. Veenbranden.

In 2011 en 2015 is circa 150 ha geschikt broedgebied afgebrand. Veel heide is verdwenen en grassen overheersen er nu. In het gebied dat in 2011 is afgebrand, zaten in 2010 9 paar paapjes. Twee jaar na de brand zat er geen enkel paapje meer. In het gebied dat in 2015 is afgebrand, verliest het paapje opnieuw veel broedgebied. De verwachting is dat het ongeveer 10 jaar duurt voordat de heidevegetatie is hersteld, als die zich al herstelt vanwege de oprukkende vergrassing.  

Naast deze oorzaken speelt ook het beheer een rol in de afname, zoals in diverse artikelen op deze website wordt vermeld. Plaatselijk heeft het rijden met quads over kades, het weghalen van teveel opslag en schapen begrazing een negatief effect op het broedgebied van paapjes. Er is meer maatwerk nodig op alle vlakken.

Zorgelijke afname populatie paapje
De afname in het FochteloŽrveen is zorgelijk, omdat 1 op de 3 paapjes in Nederland hier broedde. Buurnatuurgebieden worden waarschijnlijk vanuit het FochteloŽrveen bevolkt. Natuurgebieden op geringe afstand laten ook een positieve trend zien de laatste jaren, terwijl gebieden op grotere afstand een afname tonen (Sovon, 2014).

De aanname dat de afname in het FochteloŽrveen wordt gecompenseerd met boskap en natuurontwikkeling in het Natura 2000-gebied, is niet juist. Momenteel broedt op die plekken geen enkel paar (eigen gegevens). In het gebied met natuurontwikkeling dat buiten het Natura 2000-gebied ligt, broeden enkele paapjes. Ook daar is de soort echter afgenomen, omdat geschikt broedgebied onder water kwam te staan.


De Bonghaar is een jaar na de brand veranderd in een groot grasveld en ongeschikt voor paapje  



Zonder opslag van struiken en bomen geen paapjes.


Roodborsttapuit in 2010-2015 gemiddeld 81 paar (doelstelling 65 paar)
De roodborsttapuit laat dezelfde trend zien als het paapje in het hoogveen na de vernatting. In tegenstelling tot het paapje doet de roodborsttapuit het wel goed in het Esmeer- en Norgerpetgaten gebied, aan de randen van de voormalige landbouwgronden bij de Schuilinghoeve en tussen de Veenwijk en Stallaan. In het Natura 2000-gebied broedt naar schatting 100 paar in 2015.

Ook in de natuurontwikkeling buiten het Natura 2000-gebied broeden tientallen paren roodborsttapuiten in het FochteloŽrveld en het Compagnonsveld.

Toekomstverwachting 2016-2021
De toekomstverwachting is gebaseerd op 25 jaar veldwerk en ervaringen in het hoogveengebied. Er is rekening gehouden met alle grote veranderingen tot 2016. Op basis hiervan is de inschatting gemaakt.

Mijn verwachting is dat het aantal geoorde fuut en roodborsttapuit stabiel blijft in het Natura 2000-gebied. De trend van het porseleinhoen is onzeker, maar de vernatting heeft het broedgebied een positieve impuls gegeven. Het paapje neemt waarschijnlijk verder af door vernatting, vergrassing en de naweeŽn van twee grote veenbranden. Het is zaak de afname van paapje snel te keren voordat we in de rode cijfers belanden en de tapuit achterna gaan.

Voorstellen om de Natura 2000-doelen een positieve impuls te geven

Porseleinhoen
Door het opzetten van de waterstand tussen de Helomaweg en de Drentse weg in Veenhuizen ontstaat meer potentieel broedgebied. Dit kan een positief effect hebben op het porseleinhoen, en ook voor de kokmeeuw en geoorde fuut.

Paapje                                     
Voor het paapje moet er nog meer maatwerk komen. Dat geldt voor grote projecten in het veengebied, maar ook voor het reguliere beheer.


Paapje in struikheide.

Voorkom verlies van geschikt broedgebied met oude pollen struikheide. Er zijn nog enkele plekken in het gebied waar met het kappen van bomen en struiken winst kan worden behaald. Cruciaal blijft dat er niet teveel weg wordt gezaagd.


Zo moet het eruit zien nadat er opslag is verwijderd. beter na een paar jaar een keer terugkomen dan teveel verwijderen. Zorg voor maximaal resultaat en laat het maatwerk door specialisten doen of met ecologische begeleiding.

Nieuwe natuur bij het Natura 2000-gebied kan trends veilig stellen

Door de natuurgronden (NNN) bij het Natura 2000-gebied te trekken, wordt de kans dat de doelen worden gehaald een stuk groter voor alle soorten. Het verlies aan broedgebied van het paapje kan in de randzone worden gecompenseerd.

Het beheer moet dan wel meer op het paapje worden afgestemd dan nu het geval is.


Grauwe klauwier kan mee-profiteren!

Hiervan zullen ook roodborsttapuit en een zeldzame soort als grauwe klauwier profiteren. Naast de doelsoorten broeden er veel andere schaarse broedvogels in dit gebied. 
        



delen






contact
tags
Bureau De Kraanvogel
FochteloŽrveen 10
8428 RR Fochteloo
0516-588589
Het Waait
Twelloseweg 10a
7439 AS Steenenkamer
0570-618989